Zoeken
  • Floris Burgers

Waarom religieuze scholen niet heilig zijn

Bijgewerkt: 30 nov 2019

In Nederland hebben we sinds 1917 vrijheid van onderwijs en mede daardoor veel verschillende religieuze scholen. Zo ook het Haga Lyceum in Amsterdam, waar kinderen na een lesje wiskunde en biologie een blokuur “islam” op hun rooster zien opdoemen en zich dienen te kleden naargelang “de fatsoensnormen van onze islamitische identiteit”, aldus de website van de school. Een probleem?


Niet volgens de Nederlandse grondwet die onderwijs vanuit een religieus gedachtengoed toestaat. Wel op het moment dat zo’n school, vanuit dat gedachtengoed, waarden doceert die haaks staan op diezelfde grondwet. Het Haga Lyceum kwam om die reden in opspraak. Bepaalde personen binnen de school zouden de helft van de lesstof aan de salafistische geloofsleer willen wijden, volgens aanwijzingen van de AIVD.


Dit nieuws ontketende een politiek debat over het wel of niet sluiten van de school en wegsturen van het schoolbestuur. Meestal met de “grote spelers” van de vaderlandse politiek zelf – en niet hun minder aansprekende adjudanten – voor de camera’s voor commentaar. Niet verrassend, want het Haga-nieuws raakt aan een van de belangrijkste politieke vraagstukken van Nederland: hoe om te gaan met de diversiteit aan religies, culturen en levensstijlen in ons land? Het project der “multiculturalisme”.


In deze blog bediscussieer ik dit project. Ik doe dit met als uiteindelijke doel het beantwoorden van de volgende vraag: dragen religieuze scholen wel of niet bij aan een goede multiculturele samenleving? Op de spits gedreven: wat moeten we met deze instituten, heilig verklaren of juist niet?



Het duivelse dilemma der multiculturalisme

Het ideaal der multiculturalisme is een samenleving waarin groepen mensen met diverse culturele achtergronden en idealen vreedzaam met elkaar samenleven. Het succes van zo’n samenleving stoelt daarmee op twee principes. Aan de ene kant het in stand houden van diverse culturele tradities, aan de andere kant het zorgen voor eenheid. Mensen moeten de mogelijkheid hebben om te leven naargelang verschillende culturele principes en tradities. Maar we moeten voorkomen dat dit leidt tot afzondering of erger nog: conflict.


Makkelijker gezegd dan gedaan. Blijkt niet alleen uit de vele multi-culti problemen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan, maar ook uit het volgende voorbeeld. Ik leen dit voorbeeld van Amartya Sen, een gerenommeerd econoom en filosoof aan de universiteit van Harvard en de inspiratiebron voor deze blog. Dit voorbeeld zal ons naar de complexe kern van een goede multiculturele samenleving brengen:


Denk je eens in, schijft Sen, dat een islamitisch meisje op date wil met een niet-islamitische westerse jongen. Dit zou een ultiem multicultureel moment zijn, omdat het hier gaat om het samenkomen van twee culturen. Het vormen van “eenheid”. Maar stel nu dat de ouders van dit meisje dit tegenhouden onder het mom van: “wij willen dat onze dochter zich gedraagt naar gelang de normen en waarden van onze cultuur”. Ook dit zou een multiculturele actie zijn, omdat het hier gaat om het in stand houden van een culturele traditie. Van “diversiteit”. Conclusie? Beide intenties dragen bij aan het ideaal der multiculturalisme, maar zijn in conflict met elkaar; de idealen van eenheid en diversiteit botsen soms.


De grote vraag is dan wat in dit soort gevallen de juiste balans is? Springen we op de bres voor het meisje of voor haar ouders? Voor eenheid of diversiteit? Het antwoord op deze vragen is de sleutel naar een succesvolle multiculturele samenleving.


Verschil op de spits

In zijn boek “identiteit en geweld” gaat Sen zelf op zoek naar deze sleutel. De belangrijkste les van dit boek is dat mensen meerdere identiteiten hebben. Dat meisje uit het voorbeeld kan naast “moslima” nog tal van andere identiteiten hebben, zoals bijvoorbeeld: “tennisliefhebber”, “dochter”, “Netflixkijker” en “schaatser”. Aannemen dat het geloof van dit meisje haar belangrijkste (of enige) identiteit is, zoals haar ouders doen, impliceert een manier van denken die het verschil tussen mensen benadrukt ten kosten van overeenkomst.


Hoe bedoelt Sen dit? Een moslim, zo stelt hij, kan ondanks een verschil in religie veel gemeen hebben met een niet-moslim. Neem het meisje uit het voorbeeld. Zij zou veel gemeen kunnen hebben met andere meisjes die geen moslim zijn. Zoals bijvoorbeeld het zijn van tennisliefhebber, dochter of schaatser. Het overschatten van religie als essentiële identiteit dompelt dit laatste, de potentiele overeenkomsten tussen mensen met verschillende religies, in vergetelheid. Het drijft verschil op de spits ten kosten van een besef van overeenkomst. Mensen zien elkaar alleen nog als moslim en niet-moslim en niet langer als collega tennisser of schaatser.


Deze manier van denken ligt volgens Sen ten grondslag aan veel hedendaags geweld. Als datgeen wat men bindt wordt overschaduwd door een te grote nadruk op dat wat men niet bindt is het makkelijker om de ander te zien als fundamenteel anders. Als niet van dezelfde groep. Zoals Ajax en Feyenoord supporters nog al eens vergeten dat ze tijdens het WK voor dezelfde voetbalploeg juichen: het Nederlands Elftal.


Tegen religieuze scholen

Met dit in zijn achterhoofd springt Sen op de bres voor het Islamitische meisje en waarschuwt hij voor het overwaarderen van één identiteit (lees: de religieuze identiteit) ten kosten van het erkennen van de vele identiteiten die mensen hebben. Waar brengt dit ons wat betreft de religieuze scholen?


Het principe van de religieuze school raakt, net als het voorbeeld van het islamitische meisje dat op date wilde, aan de essentie van het duivelse dilemma der multiculturalisme. Hoewel het bijdraagt aan het in stand houden van culturele diversiteit – in dit geval religieuze diversiteit –, is het gebaseerd op een manier van denken die religie ziet als een potentieel alom vormende en dominante identiteit. Een zogenaamde identiteit die van groter belang is dan de andere interesses die kinderen hebben of zullen ontwikkelen in hun jeugd. Waarom hebben we immers wel religieuze scholen en geen scholen voor “tennisliefhebbers” of “netflix-kijkers”.


Het principe van religieuze scholen draagt daardoor precies bij aan de dynamiek waar Sen voor waarschuwt. Het op de spits drijven van religie als de belangrijkste identiteit van mensen. Conclusie? Zaken op de spits drijven doe je in de introductie van een blog, om mensen aan te zetten tot lezen. Niet in een multiculturele samenleving waar dit kan leiden tot een verkeerde manier van denken. Dus wat te doen met religieuze scholen? Niet heilig verklaren! Misschien zelfs: afschaffen.

3 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Nieuwe blogs direct in je mailbox?

  • LinkedIn Social Icon
  • White Facebook Icon

© 2023 by TheHours. Proudly created with Wix.com