Zoeken
  • Floris Burgers

Mijn vrienden die tegen homo’s zijn

Bijgewerkt op: nov 6

Afgelopen maand moest ik vaak denken aan mijn zondagmiddagen in Oeganda, het land waarin ik de afgelopen 2 jaar woonde. Op die middagen zat ik meestal met mijn vrienden rondom een pot Kamalrwa, een lokaal gebrouwen alcoholische drank, te discussiëren over van alles en nog wat. Ook, regelmatig, over het thema homoseksualiteit.


Waarom ik juist deze maand aan die middagen moest denken? Op 10 oktober liet de Oegandese regering weten dat ze een tweede poging gaan wagen om met wetgeving te komen die homoseksualiteit in het land verder criminaliseert. Een eerste poging, in 2014, kwam ondanks ruime steun van de bevolking niet door het constitutionele hof. Een dag later, op 11 Oktober vierden we in Nederland coming-outdag en stonden we op allerlei manieren stil bij het recht van homo’s. Het contrast tussen de westerse en Afrikaanse kijk op homoseksualiteit was deze maand scherp. Wij wapperden in Oktober massaal met de regenboogvlag. Zij met weer een antihomo-wet.


Kamalrwa wordt uitgeserveerd in een grote ronde pot te midden van een kringetje mensen. Iedereen neemt om de beurt wat van het spul middels rietjes die worden doorgegeven. Een beetje een waterpijp idee. Ideaal voor discussie. Regelmatig gingen die discussies dus over homoseksualiteit. Waarom dat iets slechts is volgens mijn vrienden? “Omdat twee mannen geen gezin kunnen vormen”, “omdat hij die een man trouwt, een vrouw achterlaat zonder man”, “omdat mannen zijn gemaakt voor vrouwen”. Hoezeer ik ook mijn best deed, ik kreeg mijn westerse ideeën over homoseksualiteit er niet in. Maar toch leek ik omringd met goede mensen. Redelijke en intelligente mensen. Mijn vrienden. Mensen die graag wilden leren van mijn westerse kijk op dingen. Waarom niet?


Aan de kamalrwa op een feestje in ons dorp

In deze blog doe ik graag een poging om die vraag te beantwoorden. Terugkijkend op de vele gesprekken die ik over dit thema voerde geloof ik dat het antwoord ligt in een subtiel, en bovenal onschuldig, verschil tussen Afrikaans en westers denken over de vrijheid van het individu. Althans, een deel van dit antwoord. Het mogen namelijk duidelijk zijn dat mensen om verschillende redenen tegen homoseksualiteit zijn. Ook in Afrika. Zeker in Afrika. En die argumenten zijn niet allemaal uitkomst van het “onschuldige” verschil in denken over vrijheid waar ik het zo over ga hebben. Er zijn ook mensen die op hele andere gronden een aversie tegen homoseksualiteit hebben en naar sommige van hen verwijst de titel van dit stuk nadrukkelijk niet.


Ook wil ik opgemerkt hebben – nu ik toch al een paragraaf heb gespendeerd aan het nuanceren van mijn punt – dat het onderscheid dat ik maak tussen “westers” en “Afrikaans” denken een valse is. Niet iedere Afrikaan denkt Afrikaans en niet iedere Westerling denkt westers. Ik gebruik deze termen slechts om twee denkpatronen te beschrijven waarvan er één meer voorkomt, je raadt het al, in het Westen en één in Afrika.


Genoeg genuanceerd! To the point…

Iedereen moet vrij zijn om te kunnen doen wat hem of haar goeddunkt zolang dat niet ten koste gaat van de vrijheden van een ander. Dit idee van vrijheid, dat de nadruk legt op het creëren van maximale vrijheid voor het individu, daar is westers denken mee doordrenkt. Een politieke context zoals de westerse, waarin openbare orde stabiel en gecontroleerd is, heeft ruimte geboden voor een zoektocht naar maximale vrijheid voor het individu. Zolang de beschaving gewaarborgd blijft – een onzekerheid die als een zekerheid in westers denken is geslopen – mag het individu doen wat hij of zij wil. Deze vorm van “vrijheidsdenken” is wat westerse samenlevingen zo homotolerant maakt. Waarom zouden we immers iets tegen homo’s hebben? Wat eenieder in zijn of haar slaapkamer uitvoert moet hij of zij zelf uitzoeken. Niemand die daar last van heeft. Leve het individu!


Nauwelijks werd ik begrepen als ik dit slaapkamerargument op mijn Oegandese vrienden afvuurde. Op veel plekken in Afrika is de staat veel minder georganiseerd dan in het Westen. Het overgrote deel van de mensen leeft in relatief kleine groepen in soms afgelegen gebieden. Mensen zijn, wat betreft het handhaven van beschaving, op zichzelf aangewezen en dat terwijl burgeroorlogen in eigen en omringende landen mensen fris op het netvlies staan. Conflict ligt op de loer en er is vaak geen overheid die de openbare orde goed waarborgt. Dit maakt dat Afrikaans denken veel meer is doordrenkt met een drang naar beschaving, naar harmonie, dan een naar individuele vrijheid. Mensen nemen beschaving niet voor lief en dus is een zoektocht naar maximale vrijheid voor het individu binnen die beschaving minder aan de orde. Wat dat wel is zijn de sociale wetten die voor een harmonieuze samenleving zorgen. En van het individu wordt dan ook ten zeerste verwacht dat het neigingen die afwijken van die sociale wetten onderdrukt ten faveure van die harmonie. Waarom het dus wel uitmaakt wat iemand anders in zijn slaapkamer doet? Omdat dit de collectieve orde verstoort! Zoals mijn vrienden al zeiden: “twee mannen kunnen geen gezin vormen”, “…wie heeft er dan de leiding?”


De gevangenissen der denken

Rondom die pot kamalrwa zaten mijn vrienden en ik gevangen in onze eigen denkpatronen. De alcohol wist ons niet te bevrijden en evenmin zal deze blog dat voor elkaar krijgen. Wat het – zo hoop ik – wel heeft gedaan is de gevangenissen beschrijven. De twee gevangenissen der westers en Afrikaans denken die opvattingen over homoseksualiteit – en tal van onbesproken andere zaken – vorm geven. En die in maanden zoals deze tot wederzijds onbegrip leiden. Mogen dat een eerste stap zijn naar minder van zulk onbegrip. En misschien zelfs naar een gezamenlijke ontsnapping. Proost! Zouden mijn vrienden daarop zeggen met hun rietjes in de aanslag.

1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven