Zoeken
  • Floris Burgers

Het coronavirus in Afrika

Sinds de uitbraak van het coronavirus vragen veel mensen mij naar de situatie in Afrika. Als ik hen vervolgens vertel dat de meeste landen inmiddels besmettingen hebben, is de bezorgdheid meestal zelfs door de telefoon voelbaar. De coronacrisis hakt er in rijke landen al behoorlijk in, wat staat Afrika dan wel niet te wachten?


Oegandezen sluiten een gesprek over de toekomst vaak af met de woorden “God knows”, waarmee ze bedoelen: God bepaalt uiteindelijk wat er zal gebeuren. Gemaakte plannen worden zo steevast van een kleine slag om de arm voorzien. Niet geheel onterecht, want in turbulente Afrikaanse samenlevingen is de toekomst allerminst zeker.


De vraag hoe de coronacrisis zich in Afrika zal ontwikkelen, gaat met een vergelijkbare onzekerheid gepaard. Niet alleen voor gewone mensen, maar ook voor wetenschappers. Het aantal gemeten besmettingen is in Afrika nog relatief laag. Daardoor is niet goed in kaart te brengen hoe gemakkelijk het virus zich in Afrika verspreidt en hoe dodelijk het virus is. Ja, ook dat laatste kan per land verschillen.


Wat Afrika dus daadwerkelijk te wachten staat, valt lastig te zeggen. God knows! Wel staat vast dat de coronadynamiek in Afrika anders zal zijn dan in westerse landen. In deze blog bespreek ik drie essentiële verschillen.


De lockdown: Een medicijn met bijwerkingen

Veel Afrikaanse landen zijn net als de meeste westerse landen in lockdown met grote gevolgen voor de economie. Maar waar rijke landen beschikken over middelen om die economische klappen enigszins op te vangen, geldt dit niet voor Afrikaanse landen. In Afrika zijn mensen met beperkte middelen op zichzelf aangewezen. Daghandelaren en motortaxi chauffeurs die niet meer de straat op mogen, zien hun inkomen als sneeuw voor de zon verdwijnen en dat terwijl de voedselprijzen omhoog schieten.


We moeten voorkomen dat we in een schijntegenstelling terecht komen tussen “economie” en “gezondheid”, stelde Mark Rutte terecht. Een goede economie heeft gezonde mensen nodig en dus is een lockdown niet alléén maar anti-economisch. De lockdown beschermt de gezondheid van mensen en daarmee, op de lange termijn, de economie. Maar in Afrika zit aan deze analyse een zorgelijke keerzijde: een slechte economie betekent al vrij snel een slechte gezondheid. Voor mensen met een dagloon betekent geen werk: geen inkomen, en geen inkomen: geen eten. Hongersnoden liggen op de loer.


De lockdown heeft in Afrika dus sterkere bijwerkingen dan in westerse landen, zeker als deze langer aanhoudt. Wellicht zo sterk dat van enige proportionaliteit ten opzichte van de ernst van de kwaal, corona zelf, op een bepaald moment geen sprake meer is. De houdbaarheidsdatum van de lockdown is dan ook korter. Een alternatieve strategie, specifiek gericht op de situatie in Afrika, zal sneller noodzakelijk zijn.


Motortaxi's in Mbarara, west-Oeganda, die niet langer de straat op kunnen door de lockdown


Alternatieve geneeswijzen: Hekserij en kruidenthee

Daarnaast is het ziekenhuis in veel Afrikaanse landen een minder onomstreden autoriteit dan in het Westen. Ben je in Nederland ziek, dan ga je naar het ziekenhuis. Zegt de dokter dat je doodgaat, dan ga je dood. Artsen worden niet snel in twijfel getrokken. Zij weten alles over ziektes en er zijn geen noemenswaardige andere instanties waartoe wij ons keren bij slecht nieuws.


In Afrika zijn veel ziekenhuizen minder toegankelijk en bovendien kwalitatief minder goed. Westerse geneeskunde heeft in Afrika daardoor bij lange na niet de status die het wel in het Westen heeft. Het gevolg? Mensen vertrouwen niet blind op de dokter, maar nemen zelf veel initiatief in hun zoektocht naar genezing. Het ziekenhuis is daarbij één potentiele instantie die zij raadplegen, naast een reeks aan andere geneeswijzen: lokale kruiden, gebed, of zelfs de heksdokter. “Medisch pluralisme” noemen ze dat in de literatuur. De vraag die mijn Afrikaanse vrienden mij de afgelopen weken het meest stelde was dan ook: hebben jullie al een medicijn?


In zo’n context, zeker als er paniek uitbreekt, vinden alternatieve- en nepmedicijnen gemakkelijk hun weg naar de markt. Deze medicijnen zouden zogenaamd corona verhelpen of als alternatief fungeren voor basismedicijnen als paracetamol (waarvan nu een tekort is door de vele lockdowns wereldwijd). Dit kan op twee manieren gezondheidsrisico’s met zich mee brengen. Deze medicijnen kunnen zelf bepaalde bijwerkingen hebben die schadelijk zijn, of mensen kunnen zich wenden tot dit soort geneeswijzen en vervolgens afzien van een ziekenhuisbezoek.



Heksdokter die zijn kunsten vertoont op een ceremonie in Oeganda (2018). Veel mensen gaan niet langer naar heksdokters, maar de foto symboliseert Afrika's "medisch pluralisme".


Bevolkingssamenstelling

Een corona-infectie brengt niet voor iedereen dezelfde risico’s met zich mee. De kans dat ouderen er erg ziek van worden is groter dan dat jongeren dit overkomt, mensen met longaandoeningen lopen een verhoogd risico en inmiddels lijkt ook buikvet het ziekteverloop niet ten goede te komen. Dit wil zeggen dat de risico’s die corona met zich meebrengt sterk worden beïnvloed door bevolkingssamenstelling. Met dit in gedachte: wat valt er te zeggen over de Afrikaanse bevolking?


Het feit dat Afrika een relatief jonge bevolking heeft stemt hoopvol: er zijn veel minder mensen die op basis van leeftijd in de risicogroep vallen. Maar daar staat een reeks aan kenmerken met zorgwekkendere implicaties tegenover. De Afrikaanse bevolking heeft te maken met een relatief grote druk van andere (niet-corona) infecties. Miljoenen mensen zijn bijvoorbeeld Hiv-positief en slikken daarvoor medicatie. Deze al bestaande infectiedruk brengt extra risico’s met zich mee in geval van een coronagolf:


Een corona-infectie is potentieel een grotere bedreiging wanneer deze gepaard gaat met andere infecties. En, uitputting van veelal beperkte ziekenhuiscapaciteit kan ertoe leiden dat mensen minder snel behandeld zullen worden voor andere infecties. Een beetje zoals in Nederland op dit moment gebeurt met het uitstellen van niet noodzakelijke operaties, maar dan voor zowel niet als wél noodzakelijke behandelingen, en bovendien op grotere schaal.


Tot slot, je zou het misschien niet denken, is ook obesitas een serieus probleem in Afrika. In zijn boek Vet arm legt tropenarts Steven van de Vijver uit dat hart- en vaatziekten, zogenaamde welvaartsziektes, eigenlijk eerder armoedeziektes zijn. Wederom slecht nieuws voor Afrika dus. Dat mensen met hart- en vaatziekten een verhoogd risico lopen, is namelijk een van de weinige dingen die we wel vrij zeker weten.


Conclusie?

In Nederland hebben we de coronapiek misschien gehad en komt ons zorgstelsel langzaam in rustiger vaarwater, maar of dit ook voor Afrika geldt? God knows! Maar deze beknopte analyse stemt niet erg hoopvol. En ook de zorg voor een Afrikaanse piek zal onvermijdelijk voor een deel op het bord van westerse landen komen. “Volhouden” zal dus nog wel even het devies blijven. Waarschijnlijk wat langer dan gehoopt.

1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven